Sterke punten
van de voorstelling waren de muzikale inkleding (met als orgelpunt
het finalelied ‘Iedereen’), de twee hoofdrollen (Ans Verlooy
en Nick Laenen), de uitgekiende choreografie en dans, het
immense decor (met o.a. een groot hellend vlak met luiken,
twaalf bomen met kliksysteem –na het omhakken dienden ze weer
rechtgezet–, een berglandschap, een reuzenspinnenweb, zuilen,
rolplateaus). De kleding werd gemaakt door onder meer dertien
naaimoeders! Regisseur Tom Pernet zorgde o.a. mee voor een
vlot, verzorgd en gesmaakt geheel, dat we ook kunnen zien
als de optelsom van vele individuele prestaties zoals: Vick
Eyckmans en Mark Moons voor de composities en zangbegeleiding;
Peter Steurs voor alle arrangementen en speciale effecten;
Jan Geuns voor de paracommandomanoeuvres; Alex Martens, Gaston
Vanhoof en Anja Vanlommel voor de coördinatie; Tinne
Belmans, Johan Liekens, Katelijne Mertens en Johnny Coomans
voor het aanleren van de danspasjes;
Roland voor de studio-opnames; vele onopvallende medewerkers
met op kop de assistenten Mia Vansant en Domien Vaneynde;
Annemie Van Gorp voor de choreografie.
 |
 |
| De grote
groezel: de hoofdrollen |
dansmariekes |
 |
| eindscène
met ballonnen |
In de Werft werd een extra zaal ingenomen
om het jonge volkje te animeren (tien personen o.l.v. Luc
Deroy). Richard Vanhamel en Anja Vanlommel maakten een groezelgedrocht.
Weer kon Tom Pernet het niet nalaten een hond mee op de scène
te sturen. Voor een van de voorstellingen had men een stinkende
kaas in het harnas van de groezel gestopt. Alex, die daar
een halve voorstelling in mocht rondlopen, nam na het eerste
bedrijf de eigenaar van de hond even ter zijde en zei hem:
‘Zeg, je zou je hond eens moeten wassen, want die stinkt zo…’
Alex Martens maakte een grensverleggend groezelkrantje, de
voorloper van ons latere clubblad Doorloop. We konden de ‘groezel’
in januari 1996 tienmaal opvoeren voor in totaal zowat 2500
toeschouwers.
 |
| de hele groezeltroep |
 |
 |
| dansjes |
scène
met groezelgedrocht |
|