De Snullen
was een komedie van Françoise Dorin met drie vrouwen
en één man in een rol.
De setting: drie vrouwen hebben gezworen te leven zonder mannen.
Eén jaar gaat het goed maar dan gaat de bel. Een man
brengt hun leven in de war, met allerlei hilarische situaties
tot gevolg.
An Peeters en Sven Verreyt assisteerden deze keer. In de rollen:
Peter Hannes (Bruno), Anja Vanlommel (Betty), Anne Verreyt
(Vera) en Ann Verté (Simonne).
An Peeters schreef hierover in Doorloop:
Vraag is: wie is hier de snul in ’t stuk? Simonneke omdat
ze voor Bruno kookt? Vera omdat ze foto’s ontwikkelt op Bruno’s
commando? Betty die de tuba van Bruno’s vrouw oppoetst? Of
Bruno zelf, die zich maar niet kan loswringen van die drie
vrouwen?
Voor de toeschouwers is er in het stuk niet alleen veel humor.
Veel praktische tips en gezondheidsinformatie over verschillende
kwalen kunnen hen zeker van pas komen. De huishoudkeuken van
weleer wordt bovengehaald en voor hen gratis opgefrist.
Relaxatietherapie wordt uit de doeken gedaan. Taalkundigen
onder het publiek kunnen zich verblijden met enkele neologismen
als mammamionneke, papianen, dodoke doen, paulala, kukse,
koekeboeke,…
 |
 |
| Anne Verreyt,
Peter Hannes en Anja Vanlommel in De snullen |
Anja Vanlommel,
An Verté, Anne Verreyt en Peter Hannes |
 |
| recensie
Nieuwsblad van Geel |
De cursisten (GEIL) van de tweede improvisatiecursus
(o.l.v. Günther Samson) voeren hun ‘ding’ op tijdens
een optreden in café De Populair (19 juni), op de braderie
van de Nieuwstraat (29 juni) en tijdens de barbecue-eindeseizoensafsluiter
(met extra attractie van Capueira-dansers en vele liters huiswijn
van Jos Dams). In bijlage: ‘Wij’ (de impro-ervaringen van
Annick Colen). Extra kasinkomsten zijn er dit jaar via VIP-tent-tappers
bij de Reggae (al een jarenlange traditie) en door het tappen
bij een gouden bruiloft in café Het Anker.
 |
‘… ‘den Impro’, da’s ongelooflijk plezant,
zo’n cursus. Mét optreden, vergis u niet.
Nen heuse vuurdoop kregen we op de eindeseizoensbarbecue.
Kunt ge daar met uw hele hebben en houden (en in mijn geval
is dat heel wat) voor nen hoop volk uzelve staan blootgeven,
in de hoop dat de mensen lachen met hoe gewéldig we
zijn i.p.v. dat we ferm op ons bakkes gaan. En toch, eigenlijk
is dat de clou, op je bek durven gaan, en dan maar hopen dat
er iemand je uit de nood redt. Want zo zijn we wel, we helpen
mekaar voort, venijnige concurrentie bestaat in ons groepje
niet. Zo’n groepje is ook handig. Als ge dan niet goed zijt
in een bepaald ding, kunt ge dat aan een ander overlaten.
Ik vind het heerlijk om in situaties gesmeten te worden die
ge niet in de hand hebt.
Het helpt ook het zelfvertrouwen op te krikken (ik heb nogal
eens last van plankenkoorts).
Met leuke suggesties uit het publiek kan zo’n improvisatietoneel
wel kwaliteit brengen…
Na een eerste geruststellende kennismaking werd het straffer.
Eén van de stijloefeningen is, een relatie tussen twee
voorwerpen uitbeelden. Eerst moet ge u als persoon eventjes
veranderen in een voorwerp, bv. ik noem maar iets, een naald,
én dan moet dat ding nog een relatie hebben met een
ander voorwerp, bv. een hooiberg. Begin er maar aan. Of nog
zoiets onmogelijks, de dood in één minuut. Niet
zomaar sterven, neen, ge moet eerst in datzelfde minuutje
duidelijk maken aan de mensen wie ge zijt en wat ge aan het
doen bent en waaraan ge logischerwijs nog zult sterven ook.
En dan heb je nog de emoties, zo van de éne in de andere
emotie springen, maar daar hebben wij vrouwen geen enkel probleem
mee…
Nu de cursus gedaan is, is er nog het andere toneel, ge weet
wel, dat met een regisseur die zegt wat ge moet doen en waar
ge moet gaan staan en hoe ge uwen tekst moet zeggen.
Tékst! Stel je voor! Een leidraad! ’t Is weer iets
helemaal anders… ’ (A. Nikske)
|