| Hiermee sloten we een moeilijke
periode af: technisch en financieel waren de middelen
beperkt geweest. Voor de repetities kon men tijdens de laatste
jaren terecht in een zolderkamer van de vroegere meisjesschool
van Sint-Dimpna. Decorelementen werden opgeslagen op een schelf
bij de familie Vansant. Het was elke keer weer een huzarenstuk
om op zeer korte termijn in de kelder een decor op te bouwen.
Na twee weken moest alles in één dag weer worden
afgebroken en weggevoerd.
Veruit de meeste hulp en steun kregen we
in die periode (en ook later nog) van Ludo Gebruers (Woondecoratie).
Zijn panelen hebben tot 2005 de vele beproevingen doorstaan.
Ze kregen in 1995 een hogedrukreiniging en werden toen verstevigd
en behangen met jute.
Spermientje tekende een groot aantal prachtige affiches voor
onze producties. Enkel
het eerste ontwerp voor de Bemoeial-affiche werd afgewezen
(wegens te aanstootgevend?)
’t GVT kon in de Campusjaren onveranderlijk rekenen op de
steun van Jos Blockx (voor bloemen en planten) en Guido Vanhoof
plus Jos Van de Craen (voor vervoer en aannemersgerief). Meubelen
Verhaegen en ’t Meubelhuis leverden enkele keren de meubels.
Jef Kestens hield de boeken bij. Het zoeken naar acteurs was
telkens weer een hele opgave. Cafés waren goeie ronselplaatsen.
Ondanks alle beslommeringen werd er ook
bijzonder veel plezier gemaakt in de vroege jaren tachtig
en was er een hechte groep gegroeid. De jaarlijkse algemene
vergadering in oktober was telkens aanleiding om wat tussen
de kiezen te steken. Later zou het eindeseizoensfeest
in juni het grootste jaarfeest worden.
Tijdens en na de opvoeringen van Perziken
op siroop verscheen Frans Peeters (Peeters-Ven Radio-TV-Geluid)
ten tonele: hij stelde ons een lichtorgel ter beschikking.
Frans vertelde ons dat hij niet alleen wat toneelattributen
had (o.a. zetels en doeken van de vroegere cinema Malpost)
maar ook een gebouw (eerder een loods) in zijn tuin waar eventueel
wel een theaterzaal van te maken viel.
Omdat de mogelijkheden voor ’t GVT in taverne
de Campus zo beperkt waren (oppervlakte,
tijdsdruk, opbouw decor-podium-publiekstribune van ‘scratch’,
grote verhuis van decorelementen telkens weer,…) gingen we
graag op zijn aanbod in. Al vlug kwamen we tot een overeenkomst.
We zouden over de hele ruimte kunnen beschikken van 1 november
tot en met 31 maart. Het achterste gedeelte –de tribune– kon
de rest van het jaar ‘loods’ blijven.
De dakconstructie leverde de inspiratie voor een naam: ’t
Spant.
We beschikten over 130 Malpostzetels; die
werden één voor één onder handen
genomen en op verhogen vastgemaakt. De zaal kreeg een betonnen
vloer, verwarming (via o.a. Ivo Vangeel en Maurits Lenaerts),
een plafond en aankleding. Volhardend en gezegend met een
technisch brein zou Maurits een van de pijlers worden van
de vereniging. Vele decorontwerpen kwamen van zijn hand. We
bouwden een min of meer vast podium. Decoratie Gebruers maakte
o.a. een nieuw voorgordijn (het was bruin en werd later doorverkocht
aan Oothello, Ezaart). De Malpostgordijnen zagen er na een
forse zeepkuur weer piekfijn uit.
Er verscheen een kantine met sanitair. Het plafond van de
kantine moest wegens veiligheids-voorschriften 10 centimeter
hoger komen! Geen probleem: hier en daar wat losmaken en
de boel omhoog krikken met stutten van Vanhoof!
Drankenhandel s’ Jegers leverde het meubilair voor de kantine.
(Zijn die tafels en stoelen ooit terug bij s’ Jegers geraakt?)
Zelfs aan het inrichten van een regiekamertje werd gedacht.
Het steile trapje naar de regiekamer had de hand in een eerste
accidentje: Richard Vanhamel maakte een salto vanaf de hoogste
trede en brak zijn voet (of was het maar een teen?).
Zeven maanden na aanvang van de werken kregen
we, dankzij nogal wat medewerkers en de familie Peeters-Ven,
het zaaltje klaar voor een eerste opvoering.
 |
 |
| bouwden mee aan 't Spant :
Maurits Lenaerts, Frans Peeters, Jo Kestens, …, Jef Kestens,
…, …, Jef Maes en Gaston Vanhoof |
vele jaren toneelmeester en
decorbouwer met pijp : Freddy Vets |
Nu het ernaar uitzag dat er technisch en
financieel meer mogelijk zou worden,
werd geopteerd om: ook semi-professionele regisseurs in te
huren (voordien werd niemand betaald); het aantal repetities
per productie op te voeren (geen souffleur meer nodig); op
zoek naar een breder publiek naast klassieke kluchtige blijspelen
ook stukken met een zekere inhoud en/of diepgang te programmeren;
meer tijd en middelen te spenderen aan decor, geluid en belichting;
en uit te pakken met kindertoneel. Mede onder druk van een
aantal GVT-ouders met speelgrage kinderen kwam in 1988 de
groep ‘De Komeetjes’ tot stand.
|